Voeding

Wetenschappelijke onderzoeken tonen een onomstotelijke relatie aan tussen voeding en lichamelijke aandoeningen. Sinds 1960 werd het weer duidelijk dat voeding meer invloed heeft op het lichaam dan alleen het voorkomen van gebreksziekten. Slechte voedingsgewoonten spelen steeds meer een rol bij het onstaan van bijvoorbeeld kanker, hart-en vaatziekten en diabetes. Het eten moet volwaardig zijn, dus zo min mogelijk bewerkingen zodat het lichaam het zo optimaal mogelijk kan opnemen. Voeding dient de cel en de cel is belangrijk voor de opbouw van het lichaam. Via planten komt de zonne-energie in ons lichaam, die van essentieel belang is.
Prof.dr.Linus Pauling benadrukte in zijn orthomoluculaire concept in de eerste plaats van goede, gevarieerde voeding. Daarnaast vond hij het gebruik van voedingssupplementen als aanvulling noodzakelijk. Zelf beschouwde hij vitamine C als de belangrijkste, omdat de mens deze in tegenstelling tot vrijwel alle andere levende organismen, niet zelf kan aanmaken. Een voorbeeld is scheurbuik dat in het begin van de 20e eeuw te voorkomen en te genezen bleek met vitamine C.
Ook water is werkelijk onmisbaar en zuiver water is voor iedereen van levensbelang. Water zorgt ervoor dat je spieren onmiddellijk met 10 tot 15% worden versterkt en dat je uithoudingsvermogen met zo'n 20 tot 30% toeneemt als je lichaam over voldoende vocht beschikt. Tevens bevordert het drinken van voldoende zuiver water tot gewichtsverlies.
